Dakshingles zelf leggen

Voor deze klus heb je nodig:

– shingles (3-tab, 4-tab, beverstaart, allegro)

– bitumen onderlaag (royalbase app 460p60)

– asfaltnagels

– hamer

1) Startstrook

Voor een goede uitlijning van de shingles is het aan te bevelen het dakvlak te voorzien van een aantal smetlijnen evenwijdig en haaks op de goot.
Het aanhouden van de dakrand als aanleglijn heeft namelijk als risico dat indien deze niet loodrecht op de gootlijn is geplaatst en de verspringingen ten opzichte van elkaar gaan verlopen. De onderste horizontale smetlijn parallel aan de goot aanbrengen. De afstand wordt bepaald door de breedte van het bovenste deel van de shingle, dus exclusief de tabs. Trek een verticale lijn (lijn A) in het midden van het dakvlak en trek lijn B ca. 150 mm rechts van lijn A.

De onderste strook (startstrook) evenwijdig aan de goot aanbrengen, te beginnen bij lijn A. De startstrook 10 a 20 mm over de rand van de onderconstructie laten steken. Bevestig de startstrook met asfaltnagels. De nagels moeten in de startstrook boven de kleefstrips worden geplaatst. Maak de rij vol met stroken waarvan ook de tabs zijn afgesneden.

2) Eerste rij

De eerste rij shingles aanbrengen, te beginnen bij lijn B Boven iedere insnijding en aan beide einden van de shingle moeten nagels worden geplaatst. De nagels moeten ongeveer 25 mm boven de insnijdingen worden geplaatst.De buitenste nagels moeten ongeveer 25 mm vanaf de zijkant worden geplaatst.

3) Tweede en volgende rijen

De tweede rij wordt begonnen door weer te beginnen bij lijn A, de derde rij bij lijn B en zo verder.

Gebruik asfaltnagels. De kop van de nagel moet vlak op het oppervlak van de shingle drukken maar mag er niet indringen. De kleefstrip aan de bovenzijde van de shingles worden onder invloed van warmte geactiveerd zodat de shingles worden gefixeerd en niet kunnen opwaaien.

Als de shingles in een koude periode of aan de koude zijde van een dak worden gelegd dient Bitu Seal kit te worden aangebracht om direct na verwerking de gewenste verkleving te verkrijgen. In plaats hiervan kunnen de shingles plaatselijk worden verwarmd met een föhn. Door de tabs vervolgens aan te drukken ontstaat de gewenste verkleving.

4) Nok

Installeer de laatste rij shingles nabij de nok van het dakvlak en buig het resterende shingledeel over de nok heen zodat deze waterdicht is.

Voor de afwerking van een nok of buitenhoek worden zogenaamde kepers gesneden uit stroken. De stroken worden ter plaatse van de insnijdingen doorgesneden zodat, afhankelijk van het aantal tabs, drie, vier of vijf kepers worden verkregen. De niet zichtbare delen van de kepers moeten schuin worden afgesneden om te voorkomen dat deze na verwerking onder de zichtbare delen uitsteken.

Gebruik bij het aanbrengen van de nok een slaglijn om de nok recht aan te brengen.

Begin de afwerking van een nok zodanig dat met de meest voorkomende of meest belastende windrichting in wordt gewerkt. De windgevoelige zijde van de nok is daardoor van de wind afgekeerd.

Buig de kepers in de lengte in het midden om, zodat de dekking aan beide zijden van de nok gelijk is.

Bij lage temperaturen moeten de kepers voor het buigen voorzichtig aan de achterzijde worden verwarmd. Vernagel iedere keper met 2 nagels, ongeveer 145 mm vanaf de onderzijde en ongeveer 25 mm vanaf de zijkant van de keeper.